Nederland, neem afstand van Egyptische regering

Dit artikel verscheen eerder op 14-12-2011 opiniepagina van VK

De Nederlandse regering zou zich kritischer moeten opstellen ten opzichte van de Egyptische interim-regering en de Hoge Militaire Raad. De verwachting dat de militairen de macht volledig uit handen zullen geven en terug zullen keren naar hun barakken, is ronduit naïef. Dat stelt journalist Dirk Wanrooij.

Na de ongelooflijke uitbarsting van woede die leidde tot het aftreden van de Egyptische president Hosni Mubarak hoopten Egyptenaren op een definitieve breuk met het verleden. Er werd gesproken over een revolutie waarbij het oude regime was weggevaagd door de macht van het volk.

Nu, bijna elf maanden na het begin van de opstand tegen Mubarak, zijn de parlementsverkiezingen onderweg. Verkiezingen die internationaal positief worden ontvangen als een cruciale stap in het democratiseringsproces van het land.

Maar een kijkje in de geschiedenis leert dat de realiteit ingewikkelder is.


Ex-militairen
In 1952 nam een groepje officieren, de Vrije Officieren genaamd, de macht over van de Egyptische Koning Farouk en plaatste het leger in het centrum van de macht. Sindsdien waren alle presidenten ex-militairen. Mubarak, die in 1981 de macht overnam van Anwar Sadat, was een gevierd luchtmachtcommandant en held van de Yom-Kippoer oorlog van 1973.

Het leger breidde zijn macht gestaag uit en veranderde in een obscuur instituut waar niemand over sprak. Er wordt geschat dat 20 tot 40 procent van de Egyptische economie inmiddels in handen is van het leger.

Ook na het aftreden van Mubarak behield het leger zijn macht. Sinds 11 februari wordt het land geleid door een Hoge Militaire Raad (HMR) onder leiding van de zesenzeventig jarige veldmaarschalk Hussein Tantawi.

De militairen beweerden aan de kant van de revolutie te staan en garandeerden vrije verkiezingen en democratie. Aanvankelijk geloofden de Egyptenaren in de goede intenties van het leger – soldaten hadden tijdens de revolutie immers niet geschoten op de betogers. Dat vertrouwen lijkt nu ten einde.

Tribunalen
Sinds het aantreden van de Hoge Militaire Raad zijn er volgens mensenrechtenorganisaties al meer dan 12.000 burgers berecht door militaire tribunalen. Daarnaast is de noodwet, die Mubarak in staat stelde willekeurig mensen te arresteren, nog altijd gedeeltelijk van kracht, staan de staatsmedia onder strenge controle en verdwijnen journalisten en activisten onder valse voorwendselen achter tralies.

Maar wat vooralsnog de meeste woede genereert in Egypte is het gemak waarmee autoriteiten geweld gebruiken tegen vreedzame demonstraties. Op 19 november leidde een gewelddadig optreden van de politie tot massale confrontaties in verschillende steden. Veiligheidsdiensten en het leger schoten met rubber kogels en met scherp op ongewapende demonstranten. Meer dan 40 van hen vonden de dood, en honderden raakten gewond.

Een ander voorbeeld is de slachting van 27 betogers op 9 oktober tijdens een demonstratie tegen de discriminatie van Koptische christenen. In de nasleep hiervan plaatste de Hoge Militaire Raad alle verantwoordelijkheid voor de doden bij de demonstranten en kondigde een intern onderzoek aan. De verdachte onderzoekt dus zijn eigen handelen.

Minister Rosenthal verklaarde dit onderzoek vol vertrouwen tegemoet te zien.

De oude structuren
Het idee dat er in Egypte sinds de revolutie niets is veranderd, zoals veel activisten hier zeggen, is dan ook niet te wijten aan het langzame proces van de hervormingen. De oude structuren die al bijna zestig jaar de ruggengraat vormen van het regime zijn simpelweg niet veranderd, en hebben ook niet de intentie te veranderen. Op 27 november stelde Tantawi dat de positie van het leger in de toekomstige grondwet hetzelfde zal blijven. De zogenaamde presidentiële bevoegdheden van interim-premier Kamal Al-Ganzouri beslaan dan ook alles behalve militaire aangelegenheden en de rechterlijke macht.

Het is de woede (en de teleurstelling) hierover waardoor mensen nog altijd de straat opgaan. In de afgelopen weken demonstreerden door het hele land honderdduizenden mensen tegen het militaire bewind. Door het staatsgeweld lagen de mortuaria en ziekenhuizen van Cairo vol.

Minister Rosenthal maakte zich ‘zorgen over de situatie in Egypte’.

Tijdens een bezoek aan Cairo begin november had de minister aangegeven veel vertrouwen te hebben in een eerlijk verloop van de verkiezingen en een democratische machtsoverdracht naar een burgerlijk bestuur.

Kritischer
De Nederlandse regering zou zich echter kritischer moeten opstellen ten opzichte van de Egyptische interim-regering en de Hoge Militaire Raad. De verwachting dat de militairen de macht volledig uit handen zullen geven en terug zullen keren naar hun barakken is ronduit naïef. Een toekomstig parlement zal onder de huidige omstandigheden machteloos moeten toekijken terwijl het leger op de achtergrond de touwtjes in handen houdt.

Verkiezingen zijn daarin slechts een manier om de macht te legitimeren. Onder Mubarak werden er om de vijf jaar parlementsverkiezingen gehouden en ook toen werd er in internationale kringen gesproken over ‘democratisering’.

Die opstelling is men in Egypte nog niet vergeten. Nog altijd klinkt er verontwaardiging in de Egyptische straten over de rol van het Westen en haar steun voor het regime van Mubarak. Dertig jaar lang was de autoritaire president een welkome gast in Westerse hoofdsteden. De Nederlandse overheid keurde tussen 2000 en 2010 bovendien voor meer dan 68 miljoen euro aan wapentransacties naar Egypte goed.

Afstand
Als de internationale gemeenschap werkelijk een bijdrage wil leveren aan de ontluikende democratie in Egypte, dient zij afstand te nemen van de Hoge Militaire Raad. Verkiezingen leiden tot een schijndemocratie waar het parlement op cruciale momenten buitenspel kan worden gezet door de militairen.

Door het leger als een objectieve en legitieme macht te behandelen, frustreert de internationale gemeenschap de democratische intenties van miljoenen Egyptenaren en worden de kiemen gelegd voor meer sociale onrust en groeiende verbittering.

Dirk Wanrooij werkt sinds 2009 als freelance journalist in Egypte onder andere voor de GPD. Hij is te volgen via twitter @dirkwanrooij

Dit bericht werd geplaatst in Artikelen, de Volkskrant en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s