Precies een jaar geleden gingen Egyptenaren massaal de straat op om een einde te eisen aan het dertigjarig bewind van de dictatoriale president Hosni Mubarak. Ook vandaag worden weer massale demonstraties verwacht.
Geïnspireerd door de vlucht van de Tunesische president Ben Ali naar Saoedi-Arabie, na een volksopstand die enkele weken duurde, waren Egyptenaren vastbesloten om het kunstje te herhalen. Na achttien dagen protest, op 11 februari, maakte toenmalig vice-president Omar Suleiman het aftreden van Mubarak bekend. Het feest barstte los en een nieuw tijdperk leek geboren.
De Hoge Militaire Raad (HMR) – bestaande uit generaals, allemaal benoemd door Mubarak – zou tijdelijk het dagelijks bestuur overnemen en het land leiden richting een democratie. De militairen hulden zich in een democratisch discours, presenteerden zich als de voogd van de revolutie en speelden het spel van de revolutie geraffineerd mee.
Het metrostation Mubarak werd binnen enkele weken veranderd in metrostation Shohada, wat martelaren betekent, de stoepen op het Tahrirplein kregen een likje verf en een aantal kopstukken van het oude regime, waaronder de mannelijke leden van de Mubarak familie, verdwenen achter tralies. Daarmee constateerde de HMR dat de revolutie voorbij was en dat het tijd was weer aan het werk te gaan.
Maar Egypte had haar stem hervonden. Journalisten kwamen in opstand tegen de perscensuur, arbeiders staakten voor betere werkomstandigheden, studenten eisten het ontslag van bestuurders die banden hadden met het oude regime en in de sloppenwijken eiste men voorzieningen. Protesteren was plotseling normaal geworden in een land waar dertig jaar lang elk oppositioneel geluid in de kiem was gesmoord.
Maar de generaals hadden hun eigen plannen. Eind februari werden de eerste pogingen gedaan om de pers opnieuw aan banden te leggen en op 12 april werden betogingen en stakingen per decreet illegaal verklaard. Dit alles om “de eenheid” te bewaren en de weg naar democratie te vergemakkelijken.
Een confrontatie was in de maak. Terwijl politieke partijen zich vanaf september konden voorbereiden op de parlementsverkiezingen, werden confrontaties op straat alsmaar bloediger.
In oktober vonden 27 betogers de dood bij een demonstratie tegen de discriminatie van koptische christenen en eind november vielen bij grootscheepse rellen met het leger en de politie 43 doden. Onder druk van deze protesten zegde de HMR toe uiterlijk eind juni de macht over te dragen aan een burgerlijk bewind.
Veldmaarschalk Tantawi, hoofd van de HMR, heeft echter ook al te kennen gegeven dat de positie van het leger onder een toekomstige regering niet heel anders zal zijn. Het leger geniet tal van (economische) privileges in Egypte en vormde de ruggengraat van het Mubarak regime. De partijen die nu het eerste postrevolutionaire parlement zullen vormen weigeren de rol van de HMR in twijfel te trekken. Hoewel de kersverse parlementaire voorzitter en moslimbroeder Saad Al-Katatni bij de opening op maandag verkondigde dat het parlement zal werken in dienst van de eisen revolutie, blijft het de vraag in hoeverre de nieuwe regering onafhankelijk zal kunnen opereren. Critici vrezen dat het leger de privileges die het had onder Mubarak zal vastleggen in een nieuw te schrijven grondwet, en pleiten derhalve voor een directe en volledige overdracht van de macht.
Terwijl de oude Mubarak wacht op zijn vonnis in een streng beveiligd gevangenisziekenhuis, worstelen Egyptenaren nog altijd met zijn nalatenschap. Het leger, de politieke partijen en de revolutionaire beweging zijn verwikkeld in een ingewikkeld machtsspel dat voorlopig niet ten einde is.