Gisteren, precies een jaar na het begin van de Egyptische revolutie, gingen Egyptenaren door het hele land massaal de straat op in wat de grootste demonstraties ooit worden genoemd. Hoewel het regerende leger de dag probeerde aan te kleden als feestdag, lag voor de meeste deelnemers de nadruk op protest.
De Hoge Militaire Raad (HMR) had naar verluidt activiteiten georganiseerd in een verre buitenwijk van Cairo om het jubileum van de revolutie te vieren. Ook de Moslimbroederschap en anderen die sinds de stembusronde mogen delen in de macht spraken over “festiviteiten” en probeerden het protestgeluid te overstemmen met triomfmuziek en lofzangen over democratie. Het mocht echter niet baten.
Net als een jaar geleden vertrokken er marsen vanuit verschillende delen van de hoofdstad richting het inmiddels befaamde Tahrirplein om mensen te mobiliseren voor het protest en een stevig geluid te laten horen tegen de militaire machthebbers.
Rond het middaguur hadden zich ongeveer twee honderd mensen verzameld bij een centrale kerk in de volkswijk Imbaba, op de westoever van de Nijl. Maar zodra de stoet zich in beweging zette, groeiden de aantallen tot enkele duizenden. Omwonenden werden aangespoord om zich aan te sluiten en de lange strijdbare mars wurmde zich door de nauwe straten van Imbaba richting het centrum van de stad.
De drijvende kracht achter de organisatie van de mars in Imbaba was het lokale Volkscomite ter Bescherming van de Revolutie. Deze comités zijn na de revolutie opgericht door het hele land en proberen de revolutionaire boodschap een basis te geven in de wijken. De laatste maanden beleefden de comités een opleving door de “Askar Kaziboen” of Liegende Officieren campagne. Deze campagne bestaat uit filmpresentaties die uitspraken van officieren van de HMR verbindt aan beelden die het tegendeel bewijzen.
Zo is er een beroemde scene waarin een generaal half december, ten tijde van de rellen rondom het parlement, stelt geen geweld te zullen gebruiken tegen demonstranten. Even later volgen beelden van zwaar bewapende militairen die demonstranten aftuigen.
Mede door deze campagne is er een breed besef over de a-revolutionaire intenties van het leger. Een van de meest gehoorde leuzen tijdens de marsen gisteren was dan ook. “Het leger is van ons, maar de (Hoge Militaire) raad is niet met ons”.
De mars vanuit Imbaba bereikte tegen het einde van de middag de brug voor het Tahrirplein waar vorig jaar op 28 januari een hevige slag werd uitgevochten met de veiligheidsdiensten van Mubarak. Ditmaal was er een indrukwekkende minuut stilte. Doodskisten op de schouders van de betogers symboliseerden de martelaren die tot nu toe gevallen zijn, en foto’s van martelaren waren prominent aanwezig. Ahmed, een jonge demonstrant en lid van de Revolutionaire Jeugd Organisatie, legde uit dat het bloed van de martelaren de olie is die de trein van de revolutie voortstuwt.
De eenheid die zo kenmerkend was een jaar geleden was ook nu weer terug te zien. Christenen en moslims, mannen en vrouwen liepen zij aan zij. Om de eenheid in strijd te benadrukken werden leuzen aangeheven als “Ze vermoordden Mina (een gangbare christelijke naam) ze vermoordden Ahmed (een gangbare islamitische naam), zijn zij dan voor niets gestorven?”.
De HMR had in de aanloop naar #jan25 nog geprobeerd te gemoederen te temperen door bijna 2000 gevangen, die veroordeeld waren door militaire tribunalen, vrij te laten en de noodwet, die al decennia gebruikt wordt om elk oppositioneel geluid in de kiem te smoren, op te heffen.
Het lijkt er echter op dat voor velen in Egypte duidelijk is dat de HMR het ware obstakel vormt in de voortgang van de revolutie. Door de macht – en de daarbij horende democratische beperkingen van de HMR – te accepteren hebben de Moslimbroeders zich bovendien definitief afgekeerd van de revolutionaire beweging. Gezien de aantallen en de strijdbaarheid van de demonstraties gisteren kan dat wel eens foute beslissing zijn geweest.
Tegen de avond begonnen de aantallen op het Tahrirplein langzaam af te nemen. Een groep demonstranten had zich verzameld bij het staatstelevisiegebouw vlakbij het plein waar ze eindeloos “Leugenaars” riepen.
Om in gelijke tred te blijven met de gebeurtenissen vorig jaar, staat er voor aanstaande vrijdag 27 januari een Dag van de Woede op het programma.