dit artikel verscheen op zaterdag 4 feb in de GPD kranten
A. Hassan (22) is lid van de harde kern van de Egyptische club Al-Ahly, de Ahlawy Ultra’s. Afgelopen woensdag was hij aanwezig bij de wedstrijd tegen aartsrivaal Al-Masry in de noordelijke havenstad Port Said. Hij wist het dodelijke geweld ter nauwer nood te ontkomen. Vijf van zijn beste vrienden, en zijn veertienjarige buurjongen overleefden de wedstrijd niet Aangeslagen vertelt hij zijn verhaal.
“De sfeer was vanaf het begin grimmig, maar dat is normaal. Onderweg naar het stadion werden we van alle kanten bekogeld met stenen en vuurwerk. Eenmaal in het stadion begonnen wij te scanderen. Beledigingen werden over en weer geslingerd, maar ook dat is niet vreemd.”
“Halverwege de tweede helft zagen wij hoe mensen van buiten het stadion werden binnengelaten in het vak van Al-Masry waarna zij begonnen te zingen dat ze ons na de wedstrijd te grazen zouden nemen. De nieuwe mensen zagen er niet uit als supporters en droegen bovendien wapens.”
“Meteen na het einde van de wedstrijd renden zij het veld op, en weer werden er mensen van buiten het stadion binnengelaten. Het hek van het vak van Al-Masry was opengezet door de politie, en onze enige vluchtroute, een trap af naar benden, was dicht. Normaal moet die deur openstaan, maar deze keer is hij bewust afgesloten. Dat is het werk geweest van de veiligheidsdiensten, zij zijn het die ons hebben verraden.”
“Ons vak was al vrij snel ingesloten door een menigte fans van Al-Masry, zij gooiden stenen en vuurwerk en droegen messen en zelfgemaakte vuurwapens. Er waren er zelfs een paar die officiële wapenstokken van de politie bij zich droegen. De ordetroepen die ons moest beschermen stapten aan de kant.”
“Wij probeerden te vluchten maar kwamen voor een dichte deur onderaan de trap. Bovenaan het trapgat werden Al-Ahly supporters in de rug aangevallen en beneden werden ze doodgedrukt door de mensenmassa. Ik heb met eigen ogen gezien hoe een vriend van me drie keer in zijn rug werd gestoken. Ook gebruikten de Masry fans – of beter gezegd, zij die geïnfiltreerd waren in het legioen van Al-Masry – hun sjaals om onze mensen te wurgen terwijl ze op de grond lagen. Ze schreven met messen in lichamen van Al-Ahly supporters: “herinner dit gevecht”.”
“De rest van de Ahly supporters stonden op dit moment helemaal bovenaan de tribune, ongeveer 20 meter boven de grond. Ik besloot een risico te nemen en richting het veld te lopen met mijn trui over mijn hoofd ter bescherming. Toen werd plotseling het licht in het stadion uitgedaan en werd de chaos helemaal groot.”
Met mijn trui over mijn hoofd was ik onherkenbaar als Al-Ahly supporter. Ik ben vervolgens in het donker door de groep Al-Masry fans gelopen en zo kon ik het stadion uitkomen. Buiten zag ik hoe veiligheidspersoneel mensen opzweepte. Ze vertelden hen dat wij aan het moorden waren geslagen en dat de Al-Masry fans hulp nodig hadden.
Verder van het stadion heerste een gespannen sfeer. Overal geloofde men dat Ahly fans waren doorgedraaid en hordes mensen waren onderweg naar het stadion. Ik liep als enige de andere kant op, en sprak niet want ze hadden me herkend aan mijn Caireense accent. Op het busstation waren mensen op jacht naar Al-Ahly supporters. Dus ik ben uiteindeijk via Ismailiyya in Cairo aangekomen waar ik hoorde dat er tenminste 73 doden waren gevallen.”
“Maar ik weet een ding zeker: Deze slachtpartij was niet het werk van voetbalfans. De Al-Masry fans waren geïnfiltreerd door mensen die alleen kwamen om te moorden. Het was een straf voor de Ahlawy Ultra’s vanwege hun rol in de revolutie en militante oppositie tegen het militaire bewind. Het was dus een aanval op de revolutie, vergelijkbaar met aanvallen op andere revolutionaire krachten. De politie en het leger zijn verantwoordelijk.”
Klik hier voor meer info over de Ultra’s